Actueel.

Column: Zwerven door mijn hoofd

Korte verhalen: Brutaal

ma 30 mei 2022

Ik wou dat ik kon zwerven
door de wereld
in mooi weer
of in warme regen
De eerste stap vereist het lef
dat ik ontbeer...
Van echte durf beroofd,
kan ik enkel zwerven,
zwerven door mijn hoofd…

Brutaal
Op het eerste gezicht ogen ze onschuldig en af en toe gedragen ze zich keurig. Maar we moeten onze ogen niet sluiten voor hun brutale, ja zelfs ongepaste, optreden. Ik heb het over brutale woorden. Woorden die binnen dringen op plekken waar zij niet horen of op z’n best overbodig zijn. Kijk, van schuttingwoorden zijn we het gewend. Ze staan voor lichaamsdelen maar verkleden zich als tweederangs acteurs in woorden die een gemoedstoestand moeten weergeven: "Een lullige manier om te merken dat je echt kut behandeld bent." Maar goed, dat zijn schuttingwoorden. Die zijn nu eenmaal ordinair.

Brutale woorden ogen in eerste instantie keurig. ‘Als’ is een goed voorbeeld. ‘Als’ pakt steeds meer het podium ten koste van ‘dan’. 'Ik ben groter als hij’ wordt in onze verruwende maatschappij al gewoon gevonden. ‘Als’ schopt daar het ‘dan’ brutaal van het podium. Stel je voor dat ‘dan’ hetzelfde zou doen: “Dan je klaar bent mag je naar huis.”

Maar ‘als’ lijkt voor geen rede vatbaar. Het woord sluit zelfs gretig een pact met ‘in’. “Bedoel je risicovol als in levensgevaarlijk?” Het klinkt lelijk en het is ook niet functioneel. Je kunt veel beter vragen: “Welke risico’s zie je precies?” Dan kom je meteen tot de kern, in plaats van aftastend verder te moeten met een vaag antwoord als: “Nou levensgevaarlijk wil ik ook weer niet zeggen…”

Gelijk is ook zo’n brutaal woord. Hij heeft een tweelingzus die het steeds bij het rechte eind heeft en daar wil ik geen kwaad over horen. Het gaat mij om het ‘gelijk’ dat collega’s als ‘meteen’, ‘direct’ en ‘onmiddellijk’ de deur wijst in bijvoorbeeld: “Het was gelijk klaar!” Waar haalt ‘gelijk’ de euvele moed vandaan? ‘Meteen’ en ‘direct’ kunnen de klus goed aan, zeker als er ook nog de hulp van ‘onmiddellijk’ beschikbaar is, die zich in zijn driedelig kostuum van dubbele ‘d’s’ en ‘ellen’ goed staande kan houden in een wat formeler gezelschap. ‘Gelijk’ heeft dit soort landjekap helemaal niet nodig. Het heeft een mooie eigenstandige plek naast de collega’s. Kijk maar: “We waren meteen aan de beurt maar werden niet gelijk behandeld.” Of zij aan zij met familie: “Hun inbreng in het debat was gelijk, maar onmiddellijk werd duidelijk dat zij geen gelijk hadden toen tegelijkertijd het tegenovergestelde bleek uit de grafieken die achter hen werden geprojecteerd.”

Dan zijn er de ordinaire woordgroepen die lijken op soapsterren die niets kunnen maar die, omdat ze een podium krijgen, tóch beroemd worden. ‘Een soort van’ en ‘best wel’ zijn goede voorbeelden die het soms ook onbeschaamd publiekelijk met elkaar doen. Met: ”Dan voel ik best wel een soort van gêne” wurmen zij zich in de schijnwerpers zonder iets toe te voegen aan: “Ik voelde me een beetje gegeneerd.”

De brutaliteit slaat door in onverholen agressie in de manier waarop ‘hun’ zijn broertje ‘hen’ probeert te vermorzelen. Het loopt nog uit op een regelrechte broedermoord! En wij? Wij staan erbij en kijken ernaar.

Ach ik weet het, onze taal leeft, maar ze lijkt zich met fout, brutaal gezelschap te omringen, zich te misdragen en slecht te verzorgen als een zwerver met een blik bier onder een brug. Dan heb ik het nog niet eens over de wijze waarop zij schaamteloos, as we speak, bedelt om buitenlandse woorden.

Martin Reekers (1951) schrijft regelmatig voor LoopbaanVisiehet onafhankelijke vakblad voor professionele loopbaanadviseur en publiceert boeken binnen het domein mens en werk. Hij is tevens cartoonist. Cartoonisten proberen de werkelijkheid vanuit andere, vaak onverwachte, perspectieven te belichten. Precies dat probeert Martin ook met zijn columns te doen. Soms vederlicht met een vleugje absurdisme, soms wat meer filosofisch, maar altijd afgeblust met een scheutje humor.