Actueel.

‘Nederlands arbeidsbestel ongunstig voor werkloosheid’

do 08 dec 2011

De werkloosheid in Noord-Nederland kan met meer dan 1%-punt worden verlaagd als we het Deense ‘flexicurity’-systeem invoeren, in plaats van ons eigen bestel. Dan zal ook de arbeidsparticipatie met 2%-punten omhoog gaan. Dat stelt prof.dr. Paul Elhorst, de nieuwe bijzonder hoogleraar Regionale Economie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB). Hij is per 1 oktober 2011 benoemd voor een periode van vijf jaar.

Leerstoel
De regionale werkloosheidsproblematiek van het Noorden is een van de belangrijkste onderzoeksthema’s bij de leerstoel. Deze is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Leerstoel Regionale Economie, opgericht door de drie noordelijke provincies. De leerstoel, eerder ingenomen door prof.dr. Jan Oosterhaven, maakt bij de FEB deel uit van de vakgroep Economics, Econometrics & Finance. Paul Elhorst (1958) studeerde econometrie en promoveerde in de economie aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 1992 verbonden aan de FEB.

Flexicurity
‘Het arbeidsbestel in Denemarken kan ons ten voorbeeld zijn’, aldus Elhorst. ‘Dit zogeheten flexicurity-systeem rust op drie pijlers. Er is een relatief lage arbeidsbescherming, waardoor werknemers gemakkelijker dan in Nederland kunnen worden ontslagen. En aan de andere kant zijn de werkloosheidsuitkeringen alsook de uitgaven aan actief arbeidsmarktbeleid relatief hoog, waardoor werknemers weer sneller aan een baan kunnen worden geholpen.' Elhorst berekende dat het kopiëren van dit systeem voor ons een lagere werkloosheid (- 1%) en een hogere participatie (+ 2%) oplevert. ‘Maar de grootste bedreigingen om dit te bereiken zitten verankerd in ons bestel. Er is grote kans dat enerzijds de vakbeweging zich blijft verzetten tegen verlaging van de ontslagbescherming, anderzijds dat werkgevers en overheid zich blijven verzetten tegen hogere uitgaven aan sociale uitkeringen en actief arbeidsmarktbeleid, omdat dit het overheidstekort verder doet oplopen.’
- Het artikel waarop de resultaten van het onderzoek naar het Deense flexicurity systeem zijn gebaseerd is te downloaden van http://www.regroningen.nl/elhorst
- De video ‘Wat zijn de maatschappelijk kosten van werken en werkloosheid’ met Paul Elhorst is te bekijken op http://www.rug.nl/video/archief/AA1101ArbeidElhorst

Zuiderzeelijn
De nieuwe hoogleraar richt zijn onderzoek op twee speerpunten: regionale werkloosheid en de prijs daarvan. Hij zal steeds de praktische beleidsconsequenties van zijn onderzoek delen met overheden. ‘Noord-Nederland en met name Groningen heeft, ondanks vele inspanningen, nog steeds te maken met hoge werkloosheid’, zegt Elhorst. ‘Wij gaan een diepgaande analyse verrichten naar de onderliggende oorzaken. Bovendien zal ik de spraakmakende conclusies van mijn voorganger Jan Oosterhaven verifiëren, onder andere dat Noord-Nederland de achterstand al lang had ingelopen als de Zuiderzeelijn doorgang had gevonden.’ Elhorst gebruikt niet alleen gegevens van de drie noordelijke provincies, maar ook van andere regio’s in de EU die met vergelijkbare problemen kampen, omdat het Noorden en de EU niet los van elkaar kunnen worden gezien.

De prijs van werkloosheid
De prijs van werkloosheid is te bepalen door de vraag te stellen: hoeveel moet de economie groeien om de werkloosheid met een procentpunt te laten dalen? Elhorst: ‘Volgens de bedenker van deze vraag, de econoom Arthur Okun, is dat drie procent, maar latere studies zijn op lagere percentages uitgekomen. Tot op heden is bij het schatten van Okun's Law geen rekening gehouden met het feit dat regio's of landen met elkaar verweven zijn. Als de economische groei in een regio toeneemt, komt dit ook ten goede aan naburige regio's, bijvoorbeeld omdat de banen ingevuld worden door pendelaars van buiten.’ Elhorst zal het onderzoek heropenen en de grootte van Okun’s coëfficiënt bepalen voor elk van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.