Actueel.

Overstap op arbeidsmarkt vereist scholing

di 05 mrt 2019

Wanneer iemand zijn baan kwijtraakt, speelt scholing een sleutelrol in het maken van een goede overstap op de arbeidsmarkt. De middelen daarvoor moeten worden gegarandeerd.

De waarde en het ­belang van arbeid voor mensen en organisaties wordt breed ingezien, ook in het tijdperk waarin digitalisering en robotisering verder oprukken. Werk leidt niet alleen tot inkomenszekerheid, maar is nog steeds de koninklijke route naar maatschappelijke participatie. Het draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling, vitaliteit en sociaal kapitaal. Voor bedrijven en organisaties is arbeid niet alleen een economische productiefactor, maar ook een bron van innovatie en creativiteit. Zeker in tijden van krapte en vergrijzing is het ook vanuit arbeidsorganisaties cruciaal dat mensen op de arbeidsmarkt actief blijven.

Een belang dat naast mensen en organisaties ook de samenleving fors raakt, betreft de kosten van niet-werk, werkloosheid en inactiviteit. Als een grote groep mensen geen betaalde arbeid kan verrichten, heeft dat grote gevolgen op individueel ­niveau, in termen van inkomensverlies en de omgekeerde gevolgen van wél werken: afnemende gezondheid en welzijn en een gevoel van uitsluiting. Bedrijven en instellingen kunnen niet alleen gevolgen ondervinden voor hun productie en dienstverlening, maar zullen ook via hogere premies moeten meebetalen aan de kosten van werkloosheid.

Sociaal plan
Economische ontwikkelingen, toegenomen concurrentie, reorganisaties en technologische innovaties zorgen ervoor dat functies sneller wijzigen of verdwijnen. De dynamiek in de economie en op de arbeidsmarkt wordt steeds groter, zeker in Brabant. Voor het aan het werk helpen van mensen bestaan wettelijke regelingen, zoals de Participatiewet. Dat is echter niet het geval voor het aan het werk houden van mensen, dus als het bestaande werk ophoudt. Soms hebben sectoren iets geregeld in een cao of worden er maatregelen getroffen in een sociaal plan bij massaontslagen.

Wij hebben met steun van Instituut Gak en de provincie Noord-Brabant onderzocht of en hoe werkgevers boventallige werknemers ondersteunen bij het vinden van nieuw werk bij een andere werkgever, of van deze ondersteuning gebruik wordt gemaakt en wat de uitkomsten hiervan zijn. We hebben organisaties geënquêteerd in Noord-Brabant en landelijk hebben we boventallige werknemers gevolgd die in zogenoemde van-werk-naar-werk (VWNW)-trajecten zijn opgenomen.

De onderzoeksresultaten laten zien dat grotere organisaties vaker beleid en trajecten gericht op VWNW toepassen dan kleine bedrijven. Sommige organisaties hebben die regelingen in hun cao staan of zijn eigenrisicodrager voor de ww. De sectoren overheid en onderwijs hebben vaker VWNW-beleid opgesteld en VWNW-trajecten toegepast dan andere sectoren. Van de 223 organisatievestigingen in de Brabantse steekproef waarin gedwongen baanverliezen aan de orde waren in de periode 2015-2016, geeft 60% aan dat VWNW-ondersteuning werd aangeboden. Bij 34% was die specifieke ondersteuning er niet.

De werkgeversmotieven voor de inzet op van-werk-naar-werk-trajecten lopen uiteen van een economisch belang tot het behouden van de goede reputatie van de organisatie en het gevoel verantwoordelijk te zijn voor het aan het werk houden van individuele werknemers. Welk motief organisaties hebben voor het wel of niet inzetten op het faciliteren van VWNW-transities hangt samen met de korte en langere termijnvisie die organisaties hebben. Organisaties die moeten zien te ‘overleven’ zijn voornamelijk bezig met zo kostenefficiënt mogelijk handelen op de korte termijn, waar organisaties met aandacht voor een langere termijnstrategie in hun besluitvorming over VWNW ook kijken naar de gevolgen voor het welzijn van hun personeel, de reputatie van de organisatie en maatschappelijke effecten.

Extern bureau
Van de vestigingen uit het onderzoek in de provincie Noord-Brabant die VWNW-ondersteuning aanbieden, schakelen de meeste werkgevers een extern outplacementbureau in (42%). Verder heeft 35% de VWNW-ondersteuning intern georganiseerd via een intern mobiliteitscentrum of interne mobiliteitsfunctionaris. Een op de vijf werkgevers maakt gebruik van een extern mobiliteitscentrum of samenwerkingsverband met andere organisaties.

Het aanbod aan VWNW-activiteiten is tamelijk breed, maar van veel activiteiten wordt in de praktijk weinig gebruik gemaakt. Het meest populair zijn individuele begeleiding, sollicitatietrainingen en workshops. De vraag is wat deze inspanningen uiteindelijk opleveren. Ruim driekwart van de boventalligen die opnieuw een baan wenst na ontslag vindt weer ander werk, meestal in een andere sector. Bijna de helft van de mensen gaat er echter qua ­arbeidsvoorwaarden op achteruit (salaris, tijdelijk contract in plaats van vast). Degenen die een nieuwe baan vinden van lagere kwaliteit dan voor ontslag, hebben bovendien vaker een slechtere mentale gezondheid. Het blijkt dat vooral het volgen van training of scholing bijdraagt aan het sneller vinden van nieuw werk. Gemiddeld zijn degenen die een training of scholing volgen bijna een half jaar korter werkloos na ontslag. Persoonlijke aandacht en begeleiding door een externe coach, sociale steun van familie en vrienden en hulp bij solliciteren werken ook bevorderend.

Middelen
Scholing speelt dus een sleutelrol in het maken van een goede overstap op de arbeidsmarkt als het werk voor mensen ophoudt. Daarmee moet dan wel tijdig worden begonnen en werknemers dienen open te staan voor dit aanbod. Ook moet de grote groep flexwerkers hierin beter worden betrokken, iets dat tot nu toe niet of nauwelijks gebeurt. Kabinet, werkgeversorganisaties, vakbonden en de Sociaal-Economische Raad praten volop over de noodzaak van een levenlang ontwikkelen. Daarvoor moeten dan wel middelen zijn, voor individuele mensen en ook voor het midden- en kleinbedrijf. Naast een individueel opleidingsbudget, zoals drie jaar geleden al voorgesteld door de Brabantse- en Zeeuwse Werkgeversorganisatie, zijn regionale scholings- en investeringsfondsen nodig, waaraan ook sectoren deelnemen. (bron: BN DeStem)

 

* Irmgard Borghouts is Universitair Docent Arbeidsmarkt & Sociale Zekerheid, departement Labour Law & Social Policy, Tilburg University; Ton Wilthagen is hoogleraar Institutionele en juridische aspecten van de arbeidsmarkt, Tilburg University; Jana Verschoor is promovendus departement Politics and Public Administration, Tilburg University en Mark Bosmans is onderzoeker, Nivel. Zij schreven het onderzoeksrapport Overstappen op de Arbeidsmarkt dat op woensdag 20 februari in Amsterdam werd gepresenteerd.



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:
Nog geen reacties geplaatst