>>Deze column verscheen in LoopbaanVisie 2026-3 over ‘Skills'<<

Zelden maakt mijn hart een sprongetje als ik wetenschappelijke artikelen lees, maar dat gebeurde wél toen ik in Psychological Review stuitte op een voor mij geheel nieuwe term: alexithymie. Een psychologische beperking die vergelijkbaar is met dyslexie of dyscalculie, maar dan anders. In plaats van geen letters of cijfers kunnen lezen, gaat alexithymie over het niet kunnen lezen, benoemen en interpreteren van je eigen gevoelens. Het komt van het Griekse ἀ-, λέξις en θυμός, letterlijk: geen woorden voor emoties.

Dat hartesprongetje van mij heeft te maken met een zekere vakidiotie: ik ben gek op dure woorden voor in wezen simpele psychologische begrippen. Zoals: cognitieve dissonantiereductie – je slechte gewoontes goedpraten; false consensus – ten onrechte denken dat iedereen het met je eens is; of het Dunning-Kruger effect – je eigen intelligentie zwaar overschatten. Die voorliefde voor dure psychologische termen had ik al als jong meisje. Zo verslond ik, toen ik zo’n twaalf jaar was, de psychologische reportages in het lijfblad van mijn moeder: de Libelle. Dus toen mijn beppe (Fries voor oma) een keer bij ons thuis op visite was en omslachtig uitlegde hoe het kwam dat zij en mijn pake (opa), in een tijd dat de pil nog niet bestond, slechts twee kinderen hadden gebaard, vatte ik hun manier van handelen samen als: “Oooh, maar je bedoelt natuurlijk coïtus interruptus!”

Terug naar alexithymie. Eigenlijk schaam ik me een beetje dat ik de term nu pas leer kennen. Want ene Peter Sifneos muntte ‘m al in 1972. Tegelijk ben ik blij dat ik de term nu wél ken. Heb ik eindelijk een woord voor wat ik regelmatig tegenkom in mijn lezingen en workshops over schaamte. Het uit zich dan meestal al direct aan het begin, zodra ik ter introductie hardop ‘schaamte’ uitspreek. Als door een wesp gestoken zegt iemand dan – meestal een man: “Ik schaam mij helemaal nooit niet en nergens voor.”

De belangrijkste 21st-century-skill:
tussen emotie en reactie, de rust en wijsheid opbrengen
om onze gevoelens te beschouwen en ze hardop te benoemen.

Nu is het in theorie mogelijk om je nooit te schamen. Maar in de praktijk is het vrijwel onmogelijk – tenzij je volledig verstoken bent van emoties, wat hooguit geldt voor die 2 procent van de mensheid met de diagnose psychopathie. Voor de overige 98 procent is het simpelweg onmogelijk je nooit te schamen; dat zou betekenen dat je in alle opzichten perfect bent. En dat geldt helaas voor niemand. Dus als mensen zeggen dat ze zich nooit schamen, betekent dat vrijwel altijd dat ze zich schamen voor hun schaamte. Zo blijft de schaamte onbenoemd. Alexithymie in optima forma.

Alexithymie is een serieuze tekortkoming. Je bewust zijn van je eigen emoties is namelijk een essentieel onderdeel van een vaardigheid waar ook al zo’n mooie dure psychologische term voor bestaat: emotieregulatie. Je eigen emoties goed reguleren is belangrijker dan ooit. Want in de huidige tijd worden onze emoties voortdurend getriggerd door eindeloze foto’s en filmpjes op LinkedIn, Insta en TikTok over instortende gebouwen, wild-parende mensen of de alleremotioneelste: filmpjes over katten. Vooral na filmpjes die mensen ongemerkt boos maken, ontstaan maar zo impulsieve neigingen om vanuit de onderbuik acuut te reageren – zoals iemand uitschelden voor @#$@-trut of -lul. Zulke reacties zijn zelden schoolvoorbeelden van emotieregulatie; ze wijken flink af van wat diezelfde beppe van mij vroeger propageerde: voordat je reageert, tel eerst even tot tien.

Omwille van de bittere noodzaak om wat kalmte en medemenselijkheid terug te brengen in onze hypernerveuze samenleving is dit misschien wel de belangrijkste 21st-century-skill: dat we, tussen emotie en reactie, de rust en wijsheid opbrengen om onze gevoelens te beschouwen en ze hardop te benoemen – zo van: ‘Ah, ik merk dat ik me schaam’, of: ‘Oh, wat ik nu voel is onmiskenbaar woede.’

Gelukkig toont onderzoek aan dat alexithymie geen aangeboren eigenschap is, maar iets wat je kunt leren. In een emotieregulatietraining leren mensen met afstand te kijken naar hun emoties. Zo van: ‘ik bén niet dit gevoel, ik héb slechts een gevoel.’ Sterker nog: verbetering in emotieregulatievaardigheden blijkt dé werkzame factor in álle therapievormen – belangrijker zelfs dan de precieze therapievorm zelf. Zodra cliënten dat kunnen, nemen doorgaans hun klachten af, zitten ze beter in hun vel en knappen ook nog al hun relaties op – thuis en op het werk.

Wat voor therapie geldt, geldt ongetwijfeld ook voor loopbaancoaching. Zeker in een tijd waarin we op de werkvloer gemakkelijk schermen met emotioneel beladen termen als ‘sociale onveiligheid’ en ‘angstcultuur’. In organisaties is het daarom broodnodig om emoties goed te leren hanteren. Dus, loopbaancoaches: maak je de essentials van emotieregulatietraining eigen en leer mensen de skill die ik, vanwege mijn voorliefde voor dure termen, maar even benoem als: lexithymie.

Aukje Nauta is zelfstandig organisatiepsycholoog en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden, een leerstoel mogelijk gemaakt door opleidingsinstituut Sioo.  www.aukjenauta.nl

Foto: Mirjam van der Linden