Actueel.

Column: Zwerven door mijn hoofd

Korte verhalen: Een portier te ver

di 03 mrt 2020 - Martin Reekers

Ik wou dat ik kon zwerven
door de wereld
in mooi weer
of in warme regen
De eerste stap vereist het lef
dat ik ontbeer...
Van echte durf beroofd,
kan ik enkel zwerven,
zwerven door mijn hoofd…

Een portier te ver
“Het is weer om een erfenis te verdelen!”, citeer ik een uitspraak van wijlen mijn oma. Ik heb het tegen mijn dochter bij wie ik samen met mijn vrouw op de kleinkinderen pas. Het saust uit de hemel en er staat een stevige oostenwind. Mijn dochter is juf en moet naar school fietsen omdat manlief de auto mee heeft. Het is bepaald geen fijn fietsweer. “Ik breng je wel even weg”, zeg ik. “Ja, maar dan moet je me straks ook weer ophalen. Joh ik fiets wel, zo ver is het ook weer niet”, antwoordt ze. “Ik doe het graag hoor, mijn auto staat voor de deur dus het is een kleine moeite en ik vind het wel leuk om mijn dochter weer eens naar school te kunnen brengen”, zeg ik. Ze moet lachen en zo was ik van opa ineens weer heel even de vader die zijn dochter naar school brengt en na school weer ophaalt. Ik vind het eerlijk gezegd ook niet heel erg om even het kleinkindergeneuzel te ontvluchten. Dus reed ik, met een soort retrogevoel, aan het einde van de dag naar school om mijn dochter af te halen. Ik parkeerde voor haar school en zag haar al snel de schooldeur uitkomen en in mijn richting bewegen.

Nog voor ze bij mijn auto was, zwaaide het portier open. Een mij onbekende vrouw stapte zonder op of om te kijken in, ging naast me zitten en stak een verhaal af dat ergens middenin leek te beginnen. “En ik zei tegen Annie, dat als ze me gisteren gehuurd had ze me vandaag mocht commanderen. Ze denkt dat ik altijd maar als vanzelfsprekend kom opdagen als ze me nodig heeft. Ik ben gekke Henkie niet!  Wat vind jij daar nou van? Jij zegt ook nooit eens iets. Zeg nou zelf, ik hoef toch niet alles maar te accepteren gewoon omdat ze mijn zus is? Het komt toch altijd al op mij neer ook als het gaat om de mantelzorg van ma…” Zonder op of om te kijken ratelde de vrouw naast me door.

Mijn dochter zag de vrouw ook instappen en met een verwarde blik van ‘oh dat is dus toch niet de auto van mijn vader’ zag ik dat zij de pas inhield om andere auto’s op de parkeerplaats af te speuren.

Ik probeerde een pauze in het betoog van de mevrouw te vinden. Eindelijk ademde ze even en ik zei: “Mevrouw, u bent van harte welkom hoor, maar ik denk dat u zojuist in de verkeerde auto bent gestapt.” Toen pas keek ze me aan. Ze had enkele volle, sprakeloze, seconden nodig om zich te realiseren dat ze mij en niet haar man aankeek. Ik zag hoe het besef langzaam bij haar indaalde alsof ze enige tijd in mij nog haar eigen man meende waar te nemen vanuit de vaste overtuiging dat die naast haar moest zitten. Toen de realiteit tot haar doordrong stapte ze, zonder een woord te zeggen, snel uit. Haar man bleek in een auto met dezelfde saaie kleur grijs naast de mijne te zitten.

Ach ja, alle mannen lijken ook op elkaar...


Martin Reekers (1951) schrijft regelmatig voor LoopbaanVisie, het onafhankelijke vakblad voor professionele loopbaanadviseur en publiceert boeken binnen het domein mens en werk. Hij is tevens cartoonist. Cartoonisten proberen de werkelijkheid vanuit andere, vaak onverwachte, perspectieven te belichten. Precies dat probeert Martin ook met zijn columns te doen. Soms vederlicht met een vleugje absurdisme, soms wat meer filosofisch, maar altijd afgeblust met een scheutje humor.



Geef hieronder uw reactie op dit nieuwsitem

Leave this one empty:
Naam:
Don't fill in data here:
Reactie:
Don't put anythin in here:

Marlène Langbroek - zaterdag 7 maart 2020

Wat een schitterend verhaal, Martin. 'Big smile'. Groetjes, Marlène